De nieuwe beeldenstormer etaleert vooral historisch onbenul

Black lives matter, uiteraard. Maar de nieuwe beeldenstorm die de wereld overgaat, is al te vaak blind voor de feiten, tot aan het feit van de hedendaagse slavenhandel toe.

In de massahysterie die de Verenigde Staten overspoelt sinds de dood van George Floyd zag ik vorige week voor het eerst een klein teken van hoop. Een jonge priester uit St. Louis genaamd Stephen Schumacher was dapper genoeg om een standbeeld van Lodewijk de Heilige te verdedigen tegenover een groep activisten. In zijn soutane staat de in 2019 gewijde priester met een megafoon geschiedenislessen te geven over de Franse kruisvaarderskoning naar wie de stad vernoemd is.

In St. Louis was de chaos sinds het begin van de opstand dermate groot dat er openlijke vuurgevechten in de binnenstad plaatsvonden, 55 winkels werden geplunderd en vernietigd en een avondklok moest worden ingesteld.

De week daarvoor was het standbeeld van de heilige Junipero Serra in San Francisco al neergehaald. Serra was een franciscaanse missionaris die negen missieposten had opgericht in Californië. Tijdens zijn heiligverklaring in 2015 zei paus Franciscus dat hij “de waardigheid van de oorspronkelijke gemeenschap verdedigde tegenover degenen die hen mishandelen”.

Uit de huidige beeldenstorm spreekt toch eerst en vooral een historische ongeletterdheid. In Madison haalde activisten het standbeeld van kolonel Hans Christian Heg omver, een Noorse abolitionist die tijdens de Amerikaanse burgeroorlog vocht voor de afschaffing van de slavernij. Ook standbeelden van Columbus en de zogenaamde founding fathers Thomas Jefferson en George Washington moesten eraan geloven. Een standbeeld van Winston Churchill, die het Verenigd Koninkrijk nota bene leidde in de oorlog tegen het nazisme, werd beklad, en zelfs standbeelden van Abraham Lincoln en Ghandi bleken niet meer veilig. In Nederland klinken geluiden om de standbeelden van Jan Pieterzoon Coen en Michiel de Ruyter neer te halen. In 2018 was er al een oproep om het Peerke Dondersstandbeeld uit het Wilhelminapark in Tilburg te verwijderen. “Wat het uitbeeldt, is superioriteit. De witte man, de katholieke Kerk, die de zwarte man eronder houdt”, zegt een woordvoerder van Keti Koti in een interview met het Brabants Dagblad. “Sta eens stil bij het effect dat dit nog steeds heeft.”

Dat Peerke Donders zijn leven wijdde aan het helpen van inheemse melaatsen en te midden van hen stierf, doet er verder niet toe. Feiten doen er in het algemeen niet meer toe.

Want waar is de verontwaardiging over hedendaags racisme en moderne slavernij? “Ze verkopen Afrikanen daar in Libië”, vertelde een vluchteling uit Ivoorkust onlangs aan Al-Jazeera News. “Ze kidnappen je en verkopen je op de markt voor 70 tot 150 dollar.” Door de komst van de smartphone en sociale media kunnen jonge Afrikaanse vluchtelingen binnen enkele minuten met een mensensmokkelaar in contact komen. Daar waar de geschiedenis zich werkelijk afspeelt, schitteren de activisten door afwezigheid.

De stupiditeit regeert, maar de activisten zijn niet de enige schuldigen in deze klucht. De intellectuele luiheid die geen tegenargumenten wil bedenken, het laffe optreden van bestuurders die niemand tegen de haren in willen strijken en de zwijgende goedkeuring uit angst voor confrontatie zijn evengoed oorzaak van het probleem. Op publieke bijeenkomsten in de Verenigde Staten knielen blanken neer voor zwarte demonstranten, soms wassen ze hun voeten. Het is er vooral op gericht de eigen deugdzaamheid te etaleren. Vergeving wordt gevraagd door mensen die de misdaad van de slavernij nooit hebben begaan, en geschonken door mensen die er nooit onder hebben geleden.

In een toespraak vraagt een activist in de onlangs uitgeroepen vrijstaat CHAZ in Seattle wat er in Frankrijk gebeurde met de tegenstanders van de revolutie. Het is even stil. “Chop!”, roept de spreker, een verwijzing naar de guillotine. “Chop! Chop! Chop!”, roepen de omstanders. De ene misdaad tegen de menselijkheid is blijkbaar minder belangrijk dan de andere.

Wat we momenteel zien, is een neprevolutie tegen een fictieve macht. Want een revolutie die steun krijgt van overheden en multinationals, komt in opstand tegen niets. Karl Marx zei zelf al: “De geschiedenis herhaalt zich, eerst als tragedie en daarna als farce.” Daar had hij ten minste gelijk in.